Op Reis met Gijs

Reisverhalen met de kampeerauto
(geschreven begin jaren negentig)

flag-gb-50x30these pages in English
 

"Alles kun je doen!"

op-reis-10Het leek op kantoor een dag als alle andere te worden, tot de telefoon op mijn bureau ging.
"Goed bericht, Rutger," hoorde ik de stem van mijn makelaar zeggen, "Ik heb vanmorgen je huis verkocht."
"Dat is snel," antwoordde ik werktuiglijk, maar onzeker vroeg ik me af of ik daar nu echt blij mee moest zijn. Had ik er echt verstandig aan gedaan om mijn huis te verkopen?
Terwijl ik de telefoon neerlegde keek ik tersluiks naar mijn chef. Die leverde altijd commentaar op privé-telefoontjes van anderen. Terwijl hij degene was die minstens zes keer op een dag zijn vrouw belde. Maar zo te zien had hij niet meegeluisterd. Ik kon een brede glimlach niet onderdrukken terwijl ik probeerde me zijn gezicht voor te stellen als ik tegen hem zou zeggen: "Chef, luister eens, ik neem mijn ontslag. Nee, geen nieuwe baan. Ik stop met werken. Ik ga reizen en een boek schrijven."
Als je zoiets hardop zegt klinkt het onwerkelijk. Tenslotte was ik een gewone vent van net veertig, met een vrouw, een eigen huis, een goeie baan en een mooie auto. Oh nee, dat huis hoorde er niet meer bij. Dat had ik net verkocht.

Die verkoop van mijn huis was de eerste stap op weg naar het realiseren van een droom die ik al geruime tijd koesterde: niet meer werken, maar reizen. Meestal komt het er niet van: gebrek aan geld, kinderen in de moeilijke leeftijd, knellende familiebanden en zo zijn er nog wel een paar redenen te bedenken. Tot een jaar geleden zou ik er ook niet verder over nagedacht hebben. Op dat moment echter begonnen plannen te ontstaan voor een reorganisatie van het bedrijf en het gevaar was niet denkbeeldig dat mijn hele afdeling zou worden opgeheven. De sfeer binnen het bedrijf werd om te snijden en elke vorm van werkplezier was verdwenen. Ik kon natuurlijk een andere baan gaan zoeken, zoals veel van mijn collega's wanhopig probeerden. Maar aan de andere kant was dit hét moment om iets geheel nieuws te ondernemen.
"Hoe zou je het vinden als we een kampeerauto kopen en een paar jaar op reis gaan?" stelde ik aan Francina, mijn vrouw, voor.
Tot mijn verbazing ging ze er direct serieus op in. Zij zag het plan wel zitten. Nu was ik bepaald geen stoere bink die alles aandurfde. Het idee om alle vastigheid zoals baan, huis, auto los te laten boezemde me angst in. Aan de andere kant, één pennenstreek en ik was werkloos. Wekenlang liepen we te fantaseren, stippelden reisroutes uit en maakten vooral veel financiële berekeningen.
Een van mijn fantasieën was dat ik graag een roman wilde schrijven. Tot nu toe had ik daar nooit de tijd voor gevonden, maar op reis zou ik daar beslist genoeg tijd voor hebben.
Terwijl we fantaseerden werd één ding duidelijk: het ging geld kosten! Geld voor de aanschaf en inrichting van een kampeerauto én voor voldoende financiële reserve om het een paar jaar uit te houden. Rijk was ik niet en de enige manier om aan dat geld te komen was de verkoop van ons huis. Dat moest voldoende opbrengen om beide doelen te verwezenlijken. Ook wilden we in andere landen werk zoeken om geld te verdienen.
Om te sparen bezuinigden we waar we konden. Abonnementen werden opgezegd, lidmaatschappen werden opgezegd, het huishoudbudget werd flink gekort en ga zo maar door.

Een paar jaar daarvoor hadden Francina en ik een tocht van een aantal weken met een gehuurde kampeerauto gemaakt. In die periode leerden we wat het is om in een kampeerauto te verblijven, maar om je huis te verkopen en een paar jaar in zo'n auto te wonen is natuurlijk andere koek.
Tijdens die tocht had ik enig idee opgedaan hoe de ideale kampeerauto eruit kon zien. Ruimte voor een rondzit in het achtergedeelte, ruimte voor een werktafel waaraan ik mijn boek zou kunnen schrijven, ruimte voor een toilet en douche, voldoende kastruimte en - naast natuurlijk een koelkast en keukenblok - ruimte voor een oven. Francina houdt van bakken en ik van lekker eten. Vandaar!
Mijn eerste plan was om alles nieuw aan te schaffen: auto, opbouw en inrichting. Maar nadat ik zo hier en daar prijzen had opgevraagd en die optelde, kwam ik tot de ontdekking dat ik wel twee huizen zou moeten verkopen om dat te kunnen betalen. Nieuw kon ik vergeten en ik begon de advertentiekolommen in de kranten na te speuren op zoek naar een tweedehands.

Twee dagen na de verkoop van het huis kreeg ik een telefoontje van een vriend die in een Mercedes garage werkt. Hij vertelde dat er net een kampeerauto was afgekeurd voor de APK en dat de eigenaar er graag vanaf wilde. In no-time stonden Francina en ik bij de garage. De kampeerauto, een Mercedes 508, stond buiten. Het ding zag er verschrikkelijk smerig uit. Onder een dikke laag vuil kon je nog net zien dat de auto was gespoten in een kleur bruin die in de jaren zeventig vrij populair was.
De eigenaar van de auto was een klein ventje met lange, vette haren die zich voorstelde als Henk. Hij zag er net zo vies uit als zijn kampeerauto en wekte de indruk zich in geen weken gewassen te hebben.
De Mercedes was een meter of zes lang en de aluminium carrosserie zag er - ondanks de lagen vuil - onbeschadigd uit. Het interieur was een verschrikking. Toen Henk vertelde dat hij er een paar maanden met vrouw, kind en hond in gewoond had, zag ik in een flits mezelf. Zou ik er over een paar maanden ook zo uit zien? Nee, dat ligt aan jezelf, bedacht ik me.
Zo te zien was lang niet schoongemaakt, maar, net als de buitenkant, maakte het interieur ondanks de lagen vuil een stevige solide indruk. Kasten en banken waren van een stevige houtsoort en zagen eruit alsof ze tegen een behoorlijk stootje konden. De inrichting was precies wat we zochten, rondzit achter, zijkeuken, voldoende kasten en een toiletruimte. Het tweepersoons bed was boven de cabine gebouwd. Daardoor was de auto nogal hoog aan de voorzijde, zeker drie meter. Henk zag me naar de ruimte boven het bed kijken en zei bloedserieus:
"Het is groot genoeg om er alles te kunnen doen."
Ik reageerde niet direct en daarom herhaalde hij het nog maar eens:
"Neem maar van mij aan dat je alles kunt doen in dat bed, hoor!"
Ik mompelde wat en zag Francina blanco voor zich uit staren. Henk dacht dat ik het nog steeds niet begrepen had en begon voor de derde keer:
"Heus, álles kun je er in doen!"
op-reis-12Ondanks het uiterlijk bleek de technische staat van de 508 mee te vallen. De auto werd afgekeurd omdat het remsysteem aan een volledige revisie toe was en dat was een nogal prijzige reparatie. De vraagprijs was echter redelijk en na wat heen en weer gepraat kreeg ik er nog wat af. Ik hapte toe en mocht me na betaling van een groot bedrag eigenaar noemen van een berg vuil zonder remmen.

Een paar dagen later kon ik de auto ophalen bij de garage. Het was de eerste keer dat ik achter het stuur van zo'n grote bak zat en het zweet stond in mijn handen. Ik moest erg wennen aan de breedte en reed een beetje waggelend over de weg. Al eerder hadden we als symbool voor onze reis de afbeelding van een gans gekozen, omdat een gans in onze ogen staat voor vrijheid en de mogelijkheid lange afstanden af te leggen. Zodoende werd de naam van onze kampeerauto al gauw "Gijs Gans", in de wandeling "Gijs".
Eenmaal thuis begonnen we de auto goed schoon te maken. Francina ging aan de slag in het woongedeelte en ik deed de cabine en de buitenkant. Het leek alsof de vloermatten vol vuile, zwarte strepen zaten, maar toen ik er met de stofzuiger overheen ging bleek het een centimeter dikke laag hondenharen te zijn. Opknappen deed Gijs wel. Toen eenmaal de lagen vuil van de buitenkant geweekt waren kwam er zelfs een redelijk uitziende Mercedes onder tevoorschijn. Daarop volgde een periode van verbouwen en zo ontstond langzamerhand een kampeerauto naar onze smaak.
op-reis-15
We besloten de vier maanden voor we weg zouden gaan, al vast in Gijs te gaan wonen. Dat had als voordeel dat we geen tijdelijk huis hoefden te zoeken en gaf ons de gelegenheid het een en ander uit te proberen. Als er wat ontbrak of er zou iets fout gaan, dan was het nog makkelijk te herstellen. En bovendien scheelde het behoorlijk in de financiën.
Wat we ook af moesten wachten was of Francina en ik het zo lang met zijn tweeën uit zouden kunnen houden. We waren inmiddels zestien jaar getrouwd, geen garantie dat we twee jaar in een krappe ruimte van twee bij vier zouden kunnen samenleven. Als we het vier maanden konden uithouden zou een paar jaar ook wel lukken. We verhuisden naar een camping bij ons in de buurt.

Langzamerhand kreeg ik een idee hoe onze reisroute eruit zou komen te zien. Het leek me leuk om door Frankrijk en Spanje naar de Algarve in Portugal te rijden en daar te overwinteren. Misschien zelfs oversteken naar Marokko. Dan terug naar Zuid-Frankrijk en via Italië, Joegoslavië naar Griekenland en Turkije. Vandaar terug naar Nederland via Rusland en de Oostbloklanden, als de politieke toestand dat toe zou laten. Ik maakte deze plannen in de zomer van 1989, vóór de Perestrojka. De toekomst zou mijn plannen drastisch wijzigen.
De meeste mensen aan wie we ons plan vertelden konden dat niet bevatten en vonden dat we iets fantastisch moesten gaan doen, in elk geval minstens naar Verweggistan. Spanje klonk te banaal, mijn zwager zei tenminste:
"Als ik met vakantie ga, rij ik die afstand in twee dagen!"
Niet iedereen vond het een goed idee, sommigen verklaarden me voor gek om mijn vaste baan en mijn eigen huis eraan te geven. Anderen maakten zich enorme zorgen over wat ons onderweg allemaal kon overkomen aan autopech, enge ziektes en meer van dat soort sombere voorspellingen. Ik maakte me echter meer zorgen dat ik zonder leesvoer zou komen te zitten.
Gelukkig kregen we ook steun van deze of gene. Mensen die ouder waren dan ik zeiden dat ze ook graag hadden willen reizen toen ze nog zo jong waren als ik; de jongeren zeiden dat ze het ook wilden maar ermee wachtten tot ze mijn leeftijd zouden hebben. Flauwekul dus!
Mijn huisarts was een aardige man, maar snapte niets van onze plannen.
"Ga in elk geval niet naar een Spaanse dokter", was zijn advies, maar wat ik dan wel moest doen als ik geneeskundige hulp nodig zou hebben, wist hij ook niet. Hij adviseerde een hemoglobine-injectie tegen leverinfecties, maar pas nadat hij de naald in mijn blote billen had gestoken, realiseerde hij zich dat zo'n injectie maar voor zes maanden bescherming bood. En het zou nog twee maanden duren voor ik op stap ging.
De tandarts had meer verstand van reizen. Hij vertelde lange tochten door Afrika gemaakt te hebben en wist dus wat er onderweg te koop was. Van hem kreeg ik een boekje te leen over reizen door Noord-Afrika. Toen ik die verhalen las over dagen vastzitten in het woestijnzand en uren graven om de auto los te krijgen sloeg de schrik me om het hart. Wilde ik dat ook?
De vier maanden op de camping vlogen voorbij zonder problemen en op de laatste dag van augustus startte ik de 85-pk dieselmotor van Gijs. We waren op weg!