Ford Cortina

Na de Ford Anglia kocht mijn vader achter elkaar drie Ford Cortina’s. De eerste was in 1962, voor de prijs van 5555 gulden. Mijn vader was enthousiast over het model, maar mijn moeder moest er niets van hebben. Vooral omdat al onze Cortina’s elke winter opnieuw startproblemen hadden. In een van die Cortina’s kreeg ik mijn eerste rijlessen. Elke zaterdagmiddag nam mijn vader me mee naar een afgelegen terrein in de buurt en liet me daar rijden. Eerst met hem ernaast, later stapte hij uit en mocht ik alleen rondjes draaien. Dat zal in 1965-1966 zijn geweest. Een jaar later gingen mijn vader en ik samen met de derde Cortina, nog steeds het model met de ronde achterlichten, op vakantie naar Spanje. Mijn vader reed het hele stuk door Frankrijk, maar zo gauw we in Spanje aankwamen liet hij mij verder rijden. Ik was toen 17 en had uiteraard nog geen rijbewijs. Knap onverantwoord zou je tegenwoordig zeggen, maar blijkbaar had mijn vader vertrouwen in me. Aan de andere kant, mijn vader was helemaal geen liefhebber van autorijden en vond het wel best als hij rustig naast mij kon zitten en om zich heen kon kijken.
Ford Cortina














Later dat jaar, in oktober, haalde ik mijn rijbewijs en mocht ik zo vaak als ik wilde (of zo vaak als dat kon) de Cortina lenen om ergens naar toe te gaan. Twee maanden later, het was winter, kwam ik bij een vriend vandaan en was op weg naar huis. Ik trok snel op bij een verkeerslicht en nam de bocht lekker soepel in de stijl van Sir John Whitmore (klik). Ik had echter niet in de gaten dat de weg was opgevroren, zodat ik na drie keer in de rondte draaien met de achterkant van de Cortina tegen een lantarenpaal tot stilstand kwam. De kofferbak was behoorlijk ingedeukt, maar gelukkig nam mijn vader het nogal sportief op. Ik kan me tenminste niet herinneren dat ik iets van de schade heb moeten betalen. Maar daarna duurde het niet lang meer voordat ik zelf een auto kocht.

Mijn moeder werkte in de jaren vijftig en zestig voor een architect, wiens zoon eigenaar was van Le Vélo, de grootste Citroëndealer van Den Haag. Toen de DS uitkwam reed deze architect uiteraard als een der eersten in dit nieuwe model. Via hem kon ik elk jaar als vakantiebaantje voor de zomermaanden terecht in één van de garagebedrijven van Le Vélo. Eerst heb ik gewerkt in de garage aan de Hoge Nieuwstraat in Den Haag, waar alleen de DS’en werden gerepareerd. Daar ben begon ik met het aanvegen van de werkplaats, waarna ik al doende heb leren sleutelen. Een van de eerste dingen die ik leerde was het gebruik van de snijbrander, omdat de bouten waarmee de spatborden vastzaten meestal behoorlijk vastgeroest waren.

Later werkte ik in een andere garage van Le Vélo. In de Zeestraat werden de Eenden, Ami en Panhard gerepareerd. Daar deed ik het meeste tienduizendbeurten, eerst onder leiding van een monteur, later mocht ik het alleen uitzoeken. Omdat ik nog geen rijbewijs had, ging een monteur altijd wel even met me proefrijden. Als er ergens een Citroën met pech opgehaald moest worden mocht ik mee als hulpje op de servicewagen, een knalgele Citroën HY met een takel erop. Achteraf gezien is het dan natuurlijk niet gek dat ik zelf ook een aantal Citroëns heb gehad.